Wedstrijdreglement opgelegd schieten Historisch Wapen Club-HW

Club-HWW

Bijlage 1: 25 meter opgelegd

Dit deel is uit de vademekum van de KNSA betreffende luchtpistool opgelegd. Een aantal artikelen zijn niet van toepassing voor het gebruik met historische wapens. Dit zijn de artikelen in cursief.


DEEL VI - PISTOOL

HOOFDSTUK 4. WAPENS, UITRUSTING EN MUNITIE

4.5 Speciale regels voor opgelegd Luchtpistool:

4.5.1 Opgelegd Luchtpistool is toegestaan voor de categorieën Junioren-D, -C en Veteranen.

4.5.2 Bij opgelegd schieten wordt het luchtpistool met de onderzijde van de kolf op een steun geplaatst en mag niet zijdelings “aangeleund” zijn/worden tegen de installatie.

4.5.2.1 Tijdens het afvuren mag de “niet” schiethand niet boven de gordel geplaatst worden.

4.5.2.2 Het aanbrengen van speciale kolfplaten is toegestaan mits het wapen binnen de afmetingen van de meetkist blijft.

4.5.2.3 De greepdiepte voor de pink, zowel in de greep als in de speciale kolfplaat, mag niet dieper zijn dan 40 mm gemeten vanaf de verticale lijn die gelijk is aan het meest naar voren uitstekende punt van de greep (zie onderstaande tekening).

  kolf

4.5.3 Voor opgelegd schieten wordt een schietstandaard gebruikt. Voor de afmetingen van deze standaard: zie onderstaande tekening.

  steun

4.5.3.1 Indien de standaard van rond materiaal is gemaakt, is de maximale afmeting 30 mm doorsnede. Indien de standaard van vierkant materiaal is gemaakt, is de maximale afmeting 30 x 30 mm. Het oplegpunt van de standaard dient echter altijd van rond materiaal te zijn.

4.5.3.2 Op het oplegpunt van de standaard mag beschermingsmateriaal voor het wapen worden aangebracht. De materiaalkeuze moet echter zodanig zijn, dat zolang het wapen op de standrust rust, er geen vlakke ondergrond of zijwaarts steunvlak ontstaat.

4.5.3.3 Op of aan de schietstandaard en wapen mogen geen middelen worden aangebracht met de bedoeling om het wapen in een gefixeerde positie in of op de standaard vast te maken of te klemmen.

4.5.3.4 De schietstandaard mag met maximaal 3 steunpunten de balie/grond raken. De onderlinge afstand tussen de steunpunten is maximaal 30 cm, gemeten vanuit het centrum van elk steunpunt. Tussen de steunpunten en het oplegpunt is iedere uitvoering van de standaard toegestaan, mits de afmetingen van het gebruikte materiaal voldoen aan de gestelde afmetingen in artikel 4.5.3.